|
Volgens het internationaal kinderrechtenverdrag, dat België heeft erkend, heeft een kind recht op regelmatig rechtstreeks contact met beide ouders, tenzij dit in strijd is met het belang van het kind. Veel rechters vinden dat een ouder zijn kind moet aanmoedigen om persoonlijke ontmoetingen te hebben met de andere ouder. Een ouder moet zich verzetten tegen de weigering van een kind om de andere ouder te ontmoeten. Een ouder die het kind niet 'afgeeft' als de andere ouder het kind volgens een afdwingbare verblijfsregeling komt ophalen, begaat een strafbaar feit. Deze ouder kan gestraft worden met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en/of een boete van 130 euro tot 5.000 euro. De strafwet spreekt van 'niet-afgifte'. Mogelijke dwangmaatregelen Onverminderd strafvervolging kan de partij die het slachtoffer is van de miskenning van de verblijfsregeling of het recht op persoonlijk contact, een beroep doen op dwangmaatregelen. Hij kan daartoe de zaak terug voor de rechter brengen die dan de aard bepaalt van deze maatregelen, rekening houdend met het belang van het kind. Hij kan personen aanwijzen die gemachtigd zijn de gerechtsdeurwaarder te vergezellen voor de tenuitvoerlegging van zijn beslissing, een dwangsom uitspreken om te waarborgen dat de te nemen beslissing zal worden nageleefd enz..,
|