|
Wilt u een kostenplan maken dat bij u past? Dan moet u stap voor stap vragen beantwoorden. Wie betaalt wat met welk geld? Wat is de voordeligste regeling? Hoeveel betaalt elke ouder? Een kostenplan maken is niet eenvoudig. De regelingen van de belastingen zijn ingewikkeld en soms misleidend. Fiscaal co-ouderschap is zeker niet altijd de meest interessante regeling. Als een van u beiden een uitkering ontvangt en u zoekt een kostenregeling die optimaal is voor deze uitkering, dan moet u de ingewikkelde uitkeringsregels bestuderen. Als u of de rechter de regeling over de belastingen of het kindergeld niet precies vastlegt dan beslist de regelgeving van de belastingen of het kinderbijslagfonds daarover. Via Vragen over geldzaken vindt u regelgeving en bedragen, en ook links naar regelgeving van OCMW, RVA, RIZIV, belastingen en kindergeld. U raadpleegt best een specialist of meer dan één: een fiscalist of een maatschappelijk werker van de uitkeringsdienst. Bespreek met hen de vragen en zoek antwoorden die bij u passen. Een bemiddelaar in familiezaken helpt u bij de opstelling van een persoonlijk kostenplan. Wie betaalt wat met welk geld? 1. Wilt u een zo eenvoudig mogelijke regeling? Mag de regeling ingewikkeld zijn zolang ze praktisch is? 2. Wilt u zo weinig mogelijk overleggen? Is regelmatig overleg geen bezwaar? Zal een van beiden de kosten beheren? Wilt u samen de kosten beheren? Doet één ouder alle uitgaven of wilt u beiden bepaalde kosten betalen? 3. Op welke rekening komen de inkomsten voor het kind? Op een rekening van één ouder (welke?), of van beide ouders (een kindrekening)? Op welke rekening wordt het kindergeld gestort? Op welke rekening wordt het onderhoudsgeld gestort of worden de bijdragen van beide ouders gestort? Wat wordt op de eventuele kindrekening gestort? 4. Wat zijn voor u aparte verblijfskosten? Betaalt elke ouder deze kosten met eigen inkomsten? 5. Wat zijn voor u gezamenlijke kosten? Welke kosten zal de ene ouder betalen? Welke kosten zal de andere ouder betalen? Welke kosten zult u beiden betalen? Wie betaalt wat met welk geld? Wie zal welke uitgaven voor het kind doen? Wie wil welke uitgaven doen? 6. Maakt u een onderscheid tussen gewone en buitengewone gezamenlijke kosten? Wie betaalt hoe met welk geld de buitengewone kosten? 7. Gaat u samen zakgeld geven? Krijgt het kind dubbel zakgeld? Geeft u elk om de beurt evenveel zakgeld? Beslist elke ouder apart of en hoeveel zakgeld het kind krijgt? Wat is de voordeligste regeling? 8. Zoekt u de financieel voordeligste regeling? Zoekt u bijvoorbeeld een regeling waarbij een niet werkende ouder kinderlast heeft, waardoor de uitkering van deze ouder verhoogt? Of een regeling waarbij een werkende ouder het kind fiscaal ten laste heeft, waardoor deze ouder bepaalde voordelen krijgt? 9. Maakt u gebruik van fiscaal co-ouderschap dwz dat de belastingen belastingvoordeel door kind ten laste verdeelt waardoor het totale belastingvoordeel door kind fiscaal ten laste kan verhogen maar waardoor u geen gebruik meer mag maken van het belastingvoordeel door het betalen van onderhoudsgeld? 10. Zal een ouder fiscaal aftrekbaar onderhoudsgeld voor het kind betalen? 11. Wat zijn de mogelijke financiële voordelen door een kind? Een hogere uitkering? Welke belastingvoordelen? Welke andere voordelen? 12. Wie heeft het kind fiscaal ten laste en wie betaalt onderhoudsgeld? Als moeder het kind fiscaal ten laste heeft en vader betaalt onderhoudsgeld: wat zijn de voordelen, zowel tav de belastingen als ten aanzien van uitkeringen? En omgekeerd, als vader het kind fiscaal ten laste heeft en moeder onderhoudsgeld betaalt? Welke voordelen zijn er als het officieel adres bij moeder is (bijvoorbeeld tav een lening voor het huis)? En omgekeerd, het officieel adres van het kind bij vader is? 13. Wie opent en wie ontvangt het kindergeld? Welke ouder geeft recht op het hoogste bedrag euro? Bij wie heeft het kind zijn officiële adres? Bij wiens verzekering is het kind ingeschreven? Welke ouder heeft de meest voordelige verzekering? Hoeveel betaalt elke ouder? 14. Welk geld is bestemd voor het kind? Hoeveel bedraagt het kindergeld en de eventuele studiebeurs tot het kind een einddiploma heeft dat toegang geeft tot de arbeidsmarkt? 15. Welke schatting van inkomsten voor uw kind aanvaardt u beiden? 16. Welke schatting van uitgaven voor uw kind aanvaardt u beiden? Hoeveel geld moet er voor het kind beschikbaar zijn? Zult u reële kosten verrekenen, bijvoorbeeld maandelijks? Of zult u een ruime schatting maken van de kosten en met het maandelijks teveel sparen, bijvoorbeeld voor hogere studies? 17. Hoe groot is het tekort? Wat moet u als ouders samen bijdragen om de kosten te betalen? Draagt u meer bij wanneer het kind ouder wordt? Zult u sparen voor eventuele hogere studies van het kind? 18. Is uw bijdrage gelijk of verschillend? Is de bijdrage in verhouding tot uw inkomens? Hoe zult u de inkomens dan vergelijken? Hoe blijft u zicht houden op elkaars inkomen? Hoe vermijdt u dan wantrouwen en spanningen over inkomens?
|