Fiscaal co-ouderschap

Fiscaal co-ouderschap noemt men ook 'fiscale opsplitsing'. Ouders met fiscaal co-ouderschap krijgen elk de helft van de volledige verhoging van de belastingvrije som door het fiscaal ten laste hebben van een kind.

 

Een bewijs van gezagsco-ouderschap (gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag) is een voorwaarde tot fiscaal co-ouderschap. Het gezag stopt op 18 jaar. Ouders kunnen dus geen fiscaal co-ouderschap vragen voor hun meerderjarig kind. Ook een bewijs van verblijfsco-ouderschap ('gelijkmatige verdeling van de huisvesting') is een  voorwaarde tot fiscaal co-ouderschap.

 

Als de ouders zelf over hun ouderschap hebben beslist dan moeten zij bovendien in hun ouderschapsplan uitdrukkelijk schrijven dat zij fiscaal co-ouderschap hebben beslist, en dan moeten zij dat plan laten bekrachtigen. Als een rechter over hun ouderschap heeft beslist dan moet de rechter verblijfsco-ouderschap hebben beslist zonder een verplichting tot betaling van onderhoudsgeld. Een rechter moet niet fiscaal co-ouderschap hebben beslist.

 

Ouders moeten fiscaal co-ouderschap via hun belastingaangifte aanvragen. Als de ouders zelf  hebben beslist tot verblijfsco-ouderschap en fiscaal co-ouderschap dan moeten zij beiden fiscaal co-ouderschap aankruisen. Als een rechter heeft beslist tot verblijfsco-ouderschap zonder onderhoudsgeld, kunnen beide ouders fiscaal co-ouderschap aankruisen of mag één ouder fiscaal co-ouderschap aankruisen. Als een rechter heeft beslist tot verblijfsco-ouderschap dan kan een ouder tegen de wil van de andere ouder in, fiscaal co-ouderschap eisen.

 

Geen fiscaal co-ouderschap betekent dat de ouder die het kind fiscaal ten laste heeft, 100% van alle belastingvoordelen door kind fiscaal ten laste krijgt. De andere ouder krijgt geen enkele van deze belastingvoordelen maar wel het belastingvoordeel door het betalen van onderhoudsgeld.

 

Wel fiscaal co-ouderschap betekent niet dat beide ouders het kind fiscaal ten laste hebben. Slechts één ouder kan een kind fiscaal ten laste hebben. Fiscaal co-ouderschap verdeelt belastingvoordeel door kind fiscaal ten laste van één ouder via 'verdeling van de toeslagen'. Elke ouder krijgt 50% van de verhoging van de belastingvrije som voor kinderen ten laste. De ouder die het kind niet fiscaal ten laste heeft krijgt bovendien evenals de andere ouder 100% van de andere belastingvoordelen die de ouder die het kind fiscaal heeft, krijgt. Van bepaald belastingvoordeel krijgt elke ouder dus 50% en van andere belastingvoordelen beiden 100%.

 

Bij fiscaal co-ouderschap kunnen beide ouders de kosten voor kinderopvang inbrengen in hun belastingen. Als er sprake is van een bijkomende belastingsvrijstelling voor een kind van minder dan 3 jaar dan ontvangen beide ouders de helft van de bijkomende belastingsvrijstelling. Als beide ouders fiscaal als alleenstaande worden aanzien, hebben beide ouders recht op de bijkomende belastingvrijstelling die geldt voor de alleenstaande ouder die de kinderen ten laste heeft.

 

Bij fiscaal co-ouderschap is het totale voordeel (voor beide ouders samen) vaak kleiner dan als één ouder de kinderen ten laste heeft en de andere ouder onderhoudsgeld betaalt. Bovendien vervalt het belastingvoordeel van fiscaal co-ouderschap (voor één ouder) van zodra een kind 18 jaar wordt. Dus juist bij de dure kosten voor hogere studies.

 

Gevolgen van fiscaal co-ouderschap

Fiscaal co-ouderschap of onderhoudsgeld?

Regels over fiscaal co-ouderschap