|
De wet over verblijfsco-ouderschap 2006 behandelt enkele aspecten van de verblijfsregeling: de bekrachtiging van de verblijfsregeling die de ouders zelf zijn overeengekomen, de voorrang die de rechter moet geven aan het onderzoeken van verblijfsco-ouderschap, en de dwangsom die een rechter kan opleggen als de verblijfsregeling niet wordt uitgevoerd zoals beschreven in een vonnis of in een notarisakte. De wet noemt verblijfsco-ouderschap 'de gelijkmatige verdeling van de huisvesting'. Het beste is dat de ouders zelf samen een regeling uitwerken De wet gaat ervan uit dat ouders best zelf een regeling uitwerken die voor hen en hun kinderen haalbaar is. De wet spoort ouders aan om samen zelf een verblijfsregeling te beslissen. Is verblijfsco-ouderschap verplicht? Neen. De regeling kan net zo goed een regeling met een hoofdverblijf bij één ouder zijn als een verblijfsco-ouderschap. Om samen een akkoord over een verblijfsregeling uit te werken, kunnen ouders beroep doen op een bemiddelaar. Als ouders met hun akkoord naar een rechter gaan, bekrachtigt de rechter hun regeling, zowel een regeling met één hoofdverblijf als een regeling met verblijfsco-ouderschap. De rechter moet bij voorrang onderzoeken of verblijfsco-ouderschap goed is Als ouders niet zelf tot een akkoord komen, moet een rechter de knoop doorhakken. Moet de rechter verblijfsco-ouderschap opleggen? Neen. De wet bepaalt dat de rechter elke situatie apart moet inschatten en elk vonnis apart moet motiveren. Als een ouder verblijfsco-ouderschap vraagt, moet de rechter in de eerste plaats de mogelijkheid van verblijfsco-ouderschap onderzoeken. De andere ouder die wil dat het kind hoofdverblijf bij hem of haar heeft, moet aantonen dat een hoofdverblijf gezien de omstandigheden meer in het belang is van het kind dan verblijfsco-ouderschap. De rechter moet bij voorrang onderzoeken of verblijfsco-ouderschap goed is. Op die manier wil de wetgever de rechters onder druk zetten om de week-weekregeling even ernstig te nemen als andere verblijfsregelingen, maar dit betekent niet dat een rechter verplicht is om verblijfsco-ouderschap op te leggen. De rechter moet uitgebreid uitleggen waarom hij de regeling die hij beslist, de beste regeling vindt. Hij moet elke situatie apart inschatten en de beslissing over de verblijfsregeling motiveren naargelang de concrete omstandigheden en het belang van de kinderen en de ouders in kwestie. Als de rechter vindt dat verblijfsco-ouderschap, rekening houdend met alle omstandigheden, niet de beste regeling is, kan hij een hoofdverblijf bij één ouder beslissen. De rechter mag verblijfsco-ouderschap enkel opleggen als de ouders gezagsco-ouderschap hebben én als een ouder verblijfsco-ouderschap vraagt. Deze ouder dient de precieze redenen aan te geven waarom hij dit vraagt. Als de andere ouder wil dat het kind hoofdverblijf bij hem of haar heeft, dan moet deze ouder ook aantonen dat dit gezien de omstandigheden meer in het belang is van kinderen en ouders dan het verblijfsco-ouderschap. De ouders dienen dus telkens heel concrete elementen aan te brengen om de rechter toe te laten te oordelen. Elk kind heeft recht op contact Niet-afgifte is een strafbaar feit Meer recht op bewaring, recht op persoonlijk contact
|