|
Familiezaken zijn goederen (voorwerpen, geld en huis) en/of ouderschap. Als u apart gaat wonen moet u familiezaken regelen. Een van u beiden kan niet alleen over de familiezaken beslissen. U beslist beiden samen, of een rechter beslist. Als u zelf beslist dan moet er onderhandeld worden. Onderhandelen gebeurt in een onderhandelingsprocedure. Onderhandelen betekent tot regelingen proberen te komen waarmee de onderhandelaars akkoord gaan. U kunt zelf onderhandelen. Zelf onderhandelen is slechts mogelijk als u beiden zelf wilt en kunt onderhandelen. Als u niet zelf wilt of kunt onderhandelen dan kunt u elk een advocaat nemen om in uw plaats te onderhandelen. De twee advocaten onderhandelen dan met elkaar. Als een rechter beslist dan moet er gepleit worden. Pleiten gebeurt in een gerechtelijke procedure. Enkel advocaten kunnen op de rechtbank 'pleiten'. U kunt op de rechtbank uw zaak 'bepleiten'. (Be)pleiten betekent de rechter van het eigen gelijk en van het ongelijk van de tegenpartij proberen te overtuigen. U bepleit uw zaak zelf. Of u neemt elk een advocaat om in uw plaats te pleiten. De twee advocaten zijn dan tegenstrevers Hoe zult u uw zaken regelen? Via welk van de vier trajecten? 
U kunt overstappen van het ene traject naar het andere traject. Meestal probeert men eerst zelf te beslissen over de familiezaken via het eerste of tweede traject. Als dit niet leidt tot een overeenkomst, laat men een rechter beslissen via het derde of vierde traject.
In het eerste traject neemt u zoveel mogelijk in eigen handen: u beslist en onderhandelt zelf. In het vierde traject geeft u het regelen in handen van een rechter en twee advocaten: de rechter beslist en twee advocaten pleiten. In het tweede en derde traject neemt u het regelen gedeeltelijk in eigen handen. In het tweede traject beslist u zelf en onderhandelen twee advocaten. In het derde traject beslist de rechter en bepleit u zelf uw zaak. Het eerste en het tweede traject zijn geen rechtspraak. Niet een rechter beslist, maar u beslist zelf via onderhandelingen. Een overeenkomst is het resultaat van een beslissing van u beiden samen. In een overeenkomst staan regelingen. Op het einde van het eerste of het tweede traject kunt u het resultaat - uw overeenkomst - laten bekrachtigen door een rechter of door een notaris. De rechter beschrijft op uw verzoek uw overeenkomst in een akkoordvonnis. De notaris beschrijft op uw verzoek uw overeenkomst in een notarisakte. Het derde en vierde traject zijn rechtspraak. Een rechter spreekt een (beslissings)vonnis uit. Een (beslissings)vonnis is het resultaat van een beslissing van een rechter. In een vonnis staan regelingen. Een 'beslissingsvonnis' is geen juridische term. Op de rechtbank spreekt men enkel over 'vonnis' of 'akkoordvonnis' of 'arrest'. Een 'vonnis' is een vonnis waarin een rechter een beslissing uitspreekt. Een 'akkoordvonnis' is een vonnis waarin een rechter een overeenkomst bekrachtigt. Een 'arrest' is een vonnis in beroep. Elk traject heeft voordelen en nadelen Hulp van scheidingsprofessionals
|